• U bevindt zich hier :
  • Home >

KREDIETCRISIS: VEELGESTELDE VRAGEN

Bron: Verbond van verzekeraars

De kredietcrisis roept bij veel mensen vragen op. De belangrijkste is wel of, en zo ja met welke financiŽle producten iemand misschien getroffen wordt door de kredietcrisis. Onderstaande lijst geeft antwoorden op veel voorkomende vragen die te maken hebben met verzekeringen.†
Voor antwoorden op vragen die te maken hebben met specifieke verzekeringsproducten, kunt u het beste informeren bij uw assurantietussenpersoon of bij uw verzekeraar. Elke verzekeraar heeft een eigen website, en velen hebben daarop ook een vraag- en antwoordlijst gepubliceerd.
Voor meer algemene informatie over maatregelen rondom en gevolgen van de kredietcrisis kunt u ook terecht bij de Nederlandsche Bank (www.dnb.nl) en bij het ministerie van FinanciŽn (www.minfin.nl). Voor meer specifieke informatie over ING en Nationale-Nederlanden: www.nn.nl.

1. SNS Reaal, ING en AEGON hebben een kapitaalinjectie van de Nederlandse overheid ontvangen. Waarom is dat gebeurd?
De belangrijkste reden voor deze kapitaalinjecties is om een extra buffer te hebben in stormachtige tijden. Voor de internationale Ďrankingí van een financiŽle instelling worden steeds zwaardere eigen gesteld. De kapitaalinjectie voor SNS Reaal, ING en AEGON stelt hen in staat om in te spelen op deze veranderende marktomstandigheden en hun positie op de financiŽle markten te behouden. Deze financiŽle instellingen zijn niet alleen in Nederland actief maar ook in heel veel andere landen. De Nederlandse verzekeringsonderdelen zijn solide. SNS Reaal, ING en AEGON zijn gezonde instellingen, benadrukken ook het Ministerie van FinanciŽn en De Nederlandsche Bank. Dat is bovendien de voorwaarde om Łberhaupt voor deze staatssteun in aanmerking te komen.

2. Zijn SNS Reaal, ING en AEGON nu net als Fortis/ABN Amro overgenomen door de Nederlandse staat?
Nee. SNS Reaal, ING en AEGON zijn zelfstandige bedrijven. Voor de Raad van Commissarissen van ING en Aegon heeft de Nederlandse overheid wel twee commissarissen voordragen. Dat zal ook bij SNS Reaal gebeuren. Daarmee houdt de staat toezicht op afstand, zonder zelf het roer van de onderneming helemaal over te nemen. Dat gebeurt overigens ook niet bij Fortis. Er worden wel afspraken gemaakt over bijvoorbeeld het beloningsbeleid.

3. Komt de kapitaalinjectie voor ING ook ten goede aan verzekeraar Nationale-Nederlanden?
In zekere zin wel omdat verzekeraar Nationale-Nederlanden deel uitmaakt van de ING Groep.
Voor meer specifieke informatie over ING en Nationale-Nederlanden: www.nn.nl.

4. Minister Bos heeft eerst 20 miljard, en later nog eens 200 miljard euro beschikbaar gesteld om de financiŽle crisis het hoofd te kunnen bieden. Kunnen verzekeraars ook aanspraak maken op (delen van) die bedragen?
Het eerste bedrag van 20 miljard euro is bedoeld voor zowel banken als verzekeraars om een eventueel verzwakte balans te kunnen versterken. Dat geld moet na verloop van tijd weer terug en er moet ook 8,5 procent rente voor worden betaald. De 200 miljard euro is bedoeld als een garantstelling tussen banken onderling en tussen banken en (andere) vermogensbeheerders, zoals ook verzekeraars zijn. Heeft een bank geld geleend bij een andere bank of bij een verzekeraar en kan hij dat niet terugbetalen, dan kan de uitlenende bank een aanspraak maken op de garantstelling. Op die manier is aan uitlenen geen risico meer verbonden, en moet het geldverkeer weer op gang komen.

5. Waarvoor zou dit geld gebruikt kunnen worden? Wat betekent dit voor de polishouder?
Deze voorziening maakt het mogelijk om financiŽle instellingen van aanvullend kapitaal te voorzien of, zoals minister Bos het noemde, banken en verzekeraars een extra trui voor de winter te geven. Deze kapitaalsteun is alleen mogelijk wanneer het bedrijf gezond is. Het is ook niet bepaald gratis; er staat zoals gezegd een forse rente tegenover. FinanciŽle instellingen zullen vooral een beroep doen op dit geld om hun internationale positie veilig te stellen en bijvoorbeeld te voorkomen dat zij een lagere Ďratingí krijgen. Door de veranderde marktomstandigheden zijn de criteria voor deze Ďratingí aangescherpt. Het betekent niet dat een bedrijf slecht draait. Voor Nederlandse polishouders, ook bij de bedrijven die nu van de staat een kapitaalversterking hebben gekregen, is geen reden tot bezorgdheid.

6. Waarom vallen ook verzekeraars onder dit steunfonds? Verkeren verzekeraars dan in moeilijkheden?
De overheid heeft besloten om voor de gehele financiŽle sector extra waarborgen te scheppen. Bank- en verzekeringssector worden zo gelijk behandeld. Het Verbond van Verzekeraars vindt dat verstandig beleid, gezien de onrust op de financiŽle markten. Verzekeraars worden ook door deze onrust geraakt, zij het in mindere mate dan de banksector. De verzekeringssector is ook onder de huidige omstandigheden een financieel solide bedrijfstak.

7. De Nederlandse overheid heeft de bankverzekeraar Fortis overgenomen. Heeft deze actie ook betrekking op de verzekeringstak van Fortis?
Ja. De Nederlandse overheid is nu eigenaar van het Fortis deel van ABN AMRO Holding, Fortis Bank Nederland, Fortis Corporate Insurance en Fortis Verzekeringen Nederland. Daaronder vallen Fortis ASR, De Amersfoortse Verzekeringen, Europeesche Verzekeringen, Falcon Leven en Ardanta. Gezien de financiŽle gezondheid van elk van deze onderdelen van Fortis, ziet de toezichthouder geen reden voor ongerustheid. Voor meer en specifiekere vragen over Fortis, zie ook www.verzekerdbijfortis.nl.

8. Wat is de impact van de financiŽle crisis op de verzekeringssector?
Hoewel de verzekeringssector in Europa een van de grootste institutionele beleggers is, is de sector uiteraard ook geraakt door kredietrisicoís. Maatschappijen hebben afschrijvingen moeten doen op hun beleggingsportefeuille en beurskoersen van verzekeraars staan onder druk. De toegang tot financiŽle markten is ook voor verzekeraars lastiger geworden. Echter: ten gevolge van het strenge Nederlandse toezicht, hebben verzekeraars maar een beperkt gedeelte van hun vermogen belegd in aandelen. De financiŽle positie van de verzekeringsbranche als geheel en van de verschillende leden is sterk genoeg om ervan uit te kunnen gaan dat verzekeraars hun verplichtingen ook op langere termijn kunnen nakomen. De toezichthouder houdt dat streng in de gaten.

9. Waarom treft de kredietcrisis wereldwijd vooral banken en veel minder verzekeringsmaatschappijen?
Als veel klanten tegelijk naar hun bank gaan om hun spaargeld op te nemen, ontstaat er een probleem: dat geld heeft de bank op zijn beurt grotendeels uitgeleend en is dus niet direct beschikbaar. Bij beleggings- en lijfrenteverzekeringen gaan verzekeraars met hun cliŽnten langjarige contracten aan. Dit betekent dat de maatschappij over een langere termijn vastliggende premie-inkomsten heeft. Hetzelfde geldt voor schadeverzekeringen: klanten kunnen uiteraard hun verzekeringen tegen bijvoorbeeld brand en autoschade elders onderbrengen, maar dan hoeft de maatschappij die deze klanten verliest, ook niet meer het risico te dragen.

10. Heeft de kredietcrisis ook gevolgen voor de afwikkeling van de Ďwoekerpolissení?
Nee. Hoewel de kredietcrisis ook de verzekeringsbedrijfstak raakt, heeft de malaise op de financiŽle markten geen invloed op de onderhandelingen over compensaties voor klanten met een beleggingsverzekering. De financiŽle buffers van verzekeringsmaatschappijen zijn voldoende robuust om klanten tegemoet te komen.

11. Hoever zijn verzekeringsmaatschappijen met het bieden van compensatie?
Inmiddels hebben drie maatschappijen een schikking getroffen met de stichtingen die de belangen van polishouders behartigen: Delta Lloyd, ING/Nationale-Nederlanden en Fortis ASR. Daarnaast heeft AEGON bekendgemaakt het akkoord van Delta Lloyd ook toe te passen op zijn eigen portefeuille. Samen zijn deze vier maatschappijen goed voor ruim de helft van het aantal verkochte beleggingsverzekeringen. Met de compensatie van deze vier maatschappijen is een kleine twee miljard euro gemoeid. Overigens wordt alleen gecompenseerd als op polissen meer kosten zijn ingehouden dan in het betreffende akkoord als maximumniveau is afgesproken. Een groot aantal verkochte polissen valt vanwege relatief lage kosteninhoudingen buiten het bereik van deze regeling.

12. Wat is nu het vervolg?
Achmea/Eureko en SNS†REAAL voeren met de stichtingen momenteel afrondende besprekingen over compensatie. Daarnaast hebben circa tien kleinere en middelgrote maatschappijen compensatievoorstellen ingediend bij het Kifid, het Klachteninstituut voor FinanciŽle Dienstverlening. In een brief aan de Tweede Kamer van†17 december 2008 heeft minister Bos van FinanciŽn gemeld dat daarmee eind 2008 of uiterlijk vroeg in 2009 aan alle polishouders duidelijkheid kan worden geboden over de te verwachten compensatieregeling. De brief is terug te vinden onder de rubriek ĎKamerstukkení op de website van het ministerie van FinanciŽn.†

13. Welke verzekeringsconcerns zijn er in Nederland?
Zie daarvoor de ledenlijst van het Verbond van Verzekeraars. Alle leden van het Verbond staan onder toezicht.

14. Is de scheiding van bank- en verzekeringsactiviteiten Ė ook financieel Ė wettelijk verankerd?
Ja. De Wet op het financieel toezicht (Wft) regelt dat op financiŽle conglomeraten (banken en verzekeraars onder ťťn dak) aanvullend prudentieel toezicht van toepassing is. Aan de hand daarvan wordt beoordeeld of zoín onderneming genoeg kapitaal heeft, hoe het zit met risicoconcentratie, met transacties tussen de verschillende leden van de groep, hoe de interne controle- en risicobeheersingsprocedures zijn en hoe het staat met de geschiktheid van de bestuurders. Voor levens- en schadeverzekeraars in een verzekeringsgroep geldt eveneens aanvullend toezicht. Dat heeft betrekking op onder andere overeenkomsten en posities van de verschillende partijen in de groep. Ze moeten aanvullende solvabiliteitsberekeningen kunnen laten zien om te voorkomen dat door dubbeltellingen een te gunstig beeld wordt gecreŽerd. De toezichthouder ziet scherp toe op eventuele vermogensoverdrachten binnen een groep tussen de holding en de bank- en verzekeringsdochters. Iedere afzonderlijke dochter moet kunnen voldoen aan de wettelijke solvabiliteitseisen.

15. De Nederlandsche Bank stelt zich garant voor spaargelden bij een bank tot maximaal 100.000 euro. Geldt zoín garantieregeling ook voor verzekeringsproducten en beleggingsverzekeringen?
In plaats van een garantie, heeft De Nederlandsche Bank de waarborgen gezocht in scherp toezicht op de sector en vťrgaande solvabiliteitseisen. Uitgangspunt daarbij is dat tegenover alle verzekerde risicoís zekerheden moeten staan.
Na het faillissement van de relatief kleine verzekeraar Vie díOr in 1995 zijn het toezicht, de eisen aan het vermogen en aan de solvabiliteit voor verzekeraars aanmerkelijk verscherpt. Sindsdien hebben zich dan ook geen incidenten meer voorgedaan.
Mocht een verzekeraar toch in de problemen komen, dan zal de toezichthouder alles in het werk stellen om de belangen van verzekerden te beschermen. Bijvoorbeeld door te proberen om de verzekeringsportefeuille bij een andere verzekeraar onder te brengen.

16. Vallen spaarhypotheken onder de garantieregeling?
Een spaarhypotheek is een product waarbij een hypothecaire lening op het einde van de looptijd geheel of gedeeltelijk wordt afgelost. Het spaargedeelte is vaak ondergebracht bij een verzekeraar in de vorm van een kapitaalverzekering. Kapitaalverzekeringen vallen nŪet onder de depositogarantieregeling.
De depositogarantieregeling is specifiek voor banken in het leven geroepen. Banken kunnen omvallen als iedereen ineens al zijn geld ervan af haalt. Bij verzekeraars bestaat dat risico niet. Verzekeraars hebben voldoende zekerheden tegenover de verzekerde risicoís staan. Daar gelden strenge regels voor en er wordt door de toezichthouder op toegezien. De kredietcrisis heeft die zekerheden nauwelijks aangetast.

17. Geldt de garantie van 20 miljard voor spaargeld ook voor het spaardeel van een hypotheek? Kan er verrekend worden?
Er zijn vele verschillende aanbieders van spaarhypotheken en bankspaarhypotheken, die allemaal verschillende voorwaarden (kunnen) hebben. Eťn antwoord op deze vraag is daarom niet te geven. Wel kunnen we meer inzicht geven over de garantie- en opvangregelingen. Voor meer informatie over uw specifieke situatie, kunt u het beste contact opnemen met uw adviseur of uw verzekeraar.

a) Spaarhypotheek (KEW)
Een spaarhypotheek bestaat uit twee delen: een hypotheek en een verzekeringspolis. Deze verzekeringspolis wordt een kapitaalverzekering eigen woning (KEW) genoemd. De KEW zorgt ervoor dat aan het einde van de looptijd of bij eerder overlijden van de verzekerde, een bedrag beschikbaar komt waarmee de hypotheekschuld (deels) kan worden afgelost. Doordat de opbouw van het vermogen plaatsvindt in een verzekering, is het risico dat de klant zijn geld kwijtraakt minimaal. Daarom vallen deze producten niet onder de garantieregeling van De Nederlandsche Bank. Maar omdat een spaarhypotheek naast het spaartegoed ook een (hogere) hypotheekschuld heeft, zou er mogelijk een verrekening kunnen plaatsvinden.
b) Bankspaarhypotheek (SEW)
Voor bankspaarproducten, waarbij de opbouw plaatsvindt op een speciale spaarrekening, de zogenaamde Spaarrekening Eigen Woning (SEW), geldt de garantieregeling wťl. Dit omdat hier gespaard wordt op een spaarrekening.
Voor de beleggingsvariant van banksparen geldt de garantieregeling weer niet. Hiervoor is een andere maatregel getroffen: de beleggingscompensatieregeling. Hierdoor kunnen particuliere beleggers tot Ä 20.000,- tegemoet worden gekomen.

18. Wie via de werkgever een pensioen bij een verzekeraar heeft lopen, merkt die iets van de kredietcrisis?
Voor een verzekerde pensioenregeling met een aanspraak op een periodieke uitkering, of een aanspraak op een verzekerd kapitaal om pensioen mee aan te kopen, geldt hetzelfde als voor levensverzekeringen. Verzekeraars hebben voldoende zekerheden tegenover de verplichtingen staan. Daar gelden strenge regels voor en de toezichthouder (De Nederlandsche Bank) ziet toe op naleving ervan. De kredietcrisis heeft die zekerheden van verzekeraars nauwelijks aangetast.

Bij een beschikbare premieregeling waarbij de beschikbare premie wordt belegd, loopt u vaak zelf het risico als uw pensioenbeleggingen minder rendement opleveren. U weet dan dus niet van te voren hoeveel pensioen u kunt kopen wanneer u met pensioen gaat. Dat kan lager of hoger zijn. Ook bij een beschikbare premieregeling waarbij wordt belegd, kan de mogelijkheid bestaan van een (minimum)garantie.

19. Hoe zeker kan ik ervan zijn dat mijn verzekerd kapitaal aan het einde van de looptijd ook wordt uitgekeerd?
We hebben het hier over een levensverzekering met een gegarandeerd eindkapitaal op een afgesproken einddatum. In die situatie is het na de oorlog in Nederland ťťn keer voorgekomen dat een kleine (levens)verzekeraar niet volledig aan zijn verplichtingen kon voldoen. Na dit incident werden de eisen aan (levens)verzekeraars aangescherpt.

20. Als ik mijn polis wil beŽindigen, kan dat dan?
Ja. U kunt elke verzekering altijd opzeggen. Maar ga vooraf goed na waarom u dat zou willen doen. Het opzeggen van een schadeverzekering kost geen geld. Een levenpolis beŽindigen/stoppen voordat de looptijd is verstreken, kan extra kosten met zich meebrengen. Het is bovendien verstandig na te gaan of u wordt geaccepteerd door een andere verzekeraar voordat u een lopende polis opzegt. Daarnaast kunt u, als u bijvoorbeeld een schadepolis opzegt, geconfronteerd worden met een risico waartegen u dan niet verzekerd bent. Dit kan leiden tot grote schade die u in de financiŽle problemen kan brengen. Voortijdig opzeggen/afkopen van hypotheekgerelateerde verzekeringen of lijfrente kan overigens forse fiscale consequenties hebben.

21. Als ik zou willen overstappen naar een andere verzekeraar, kan dat dan, en kan dat onder dezelfde voorwaarden?
Elke verzekerde kan natuurlijk van verzekeraar wisselen. Daarbij moet meestal wel rekening worden gehouden met de contracttermijnen. Tussentijds opzeggen (of een levensverzekering afkopen of premievrij maken) kan extra kosten met zich meebrengen. Er is niets te zeggen over de vraag of een andere verzekeraar u tegen dezelfde voorwaarden wil accepteren.

22. Hoe is het toezicht op de verzekeringssector geregeld?
Er zijn twee soorten toezicht: De Nederlandsche Bank (DNB) houdt verzekeraars financieel in de gaten en kijkt of ze voldoende solvabel zijn om hun verplichtingen na te komen, ook moeten zij een wettelijk voorgeschreven bedrag aan liquiditeit aanhouden. Ook ziet DNB er op toe of de bestuurders deskundig en betrouwbaar zijn, en of ze alle vergunningen hebben die nodig zijn e.d. De Autoriteit FinanciŽle Markten (AFM) kijkt of verzekeraars zich in hun gedragingen aan de wet houden.

23. Moeten verzekeringsconcerns dezelfde financiŽle reserves aanhouden als banken?
Verzekeraars vallen onder andere toezichtregels dan de banken. Verzekeraars moeten te allen tijde voldoende zekerheden kunnen stellen tegenover de verzekerde risicoís. Dat is de betekenis van het begrip solvabiliteit. Nederlandse levens- en schadeverzekeraars zijn momenteel gemiddeld twee keer zo solvabel als minimaal wettelijk is vereist.

24. Wat gebeurt er als een verzekeraar in de problemen komt?
De Nederlandse overheid heeft inmiddels een breed palet aan instrumenten (zie vraag 12 en 14) ontwikkeld om financiŽle instellingen door de storm heen te helpen. Mocht de solvabiliteit van een verzekeraar in gevaar komen, dan zal dat vooral ontstaan door waardevermindering van het belegd vermogen. Dat is naar ieders verwachting een tijdelijke situatie. Omdat verzekeraars bij uitstek op de lange termijn zijn ingesteld, lijken tijdelijke maatregelen, zoals vermogensverstrekking door de overheid, afdoende om verzekeraars met een verder gezonde bedrijfsvoering in rustiger vaarwater te loodsen.

25. En als die hulp toch niet zou volstaan?
De Nederlandsche Bank zal bij een dreigend faillissement van een verzekeraar vrijwel zeker proberen te bewerkstelligen dat de verzekeringsportefeuille wordt overgedragen aan een andere verzekeringsmaatschappij. Het is aannemelijk dat voor verder kerngezonde verzekeringsportefeuilles de nodige belangstelling zal bestaan. De sector zelf heeft daarnaast een opvangregeling voor levensverzekeraars, die bedoeld is om tijdig in te grijpen. Via deze opvangregeling kan de portefeuille van de levensverzekeraar worden overgedragen aan een opvanginstelling. In dit geval ondervinden de polishouders geen nadeel. Als de levensverzekeraar toch failliet zou gaan, heeft de polishouder een preferentie vordering op de boedel, ter grootte van de tot dan toe opgebouwde aanspraken. Het staat niet bij voorbaat vast dat alle rechten van polishouders in zoín geval worden gehonoreerd.





Zoeken

Overige nieuwsitems