• U bevindt zich hier :
  • Home >

Rabobank presenteert drie scenario's voor economisch herstel

Klimmen we al in 2009 op een relatief normale manier uit het economisch dal? Duurt het wat langer omdat de dollar scherp in waarde daalt? Of komen we terecht in een langdurige depressie, waarbij overheidsingrepen nauwelijks effect hebben? Vanuit de huidige onzekerheid over het economisch herstel beschrijft het economisch bureau van Rabobank drie mogelijke scenario's. Hierin worden drie denkrichtingen weergegeven voor de economische ontwikkelingen tot en met 2014. Ze staan in de vandaag verschenen studie De conjunctuur voorbij.

Dieptepunt

In alle drie de scenario's geldt 2009 mondiaal als economisch dieptepunt. Daarmee mogen we voor 2009 naar verwachting het laagste gemiddelde groeicijfer optekenen voor de ontwikkelde (OECD-)landen sinds begin jaren zestig. Voor de VS was alleen in 1981 de groei nog lager dan verwacht voor 2009. De drie economische scenario's gaan ook in op de mogelijkheden van overheden en centrale banken om de economie te sturen. De Rabo economen benadrukken echter dat de effecten van dit beleid niet moeten worden overschat. Monetair beleid is gezien de lage beleidsrente in veel landen al erg lastig. Begrotingsbeleid blijft ook een hachelijke zaak. Timing is van groot belang, maar moeilijk. Daarnaast zullen zelfs forse ingrepen deels 'weglekken' in de economie. Hetzij doordat een deel van het geld niet wordt uitgegeven, hetzij omdat een deel van de impuls weglekt naar het buitenland.

Scenario 1: Een normaal herstel

In het eerste scenario schetsen de auteurs van het rapport, Hans Stegeman en Allard Bruinshoofd, een 'normaal' verloop van de recessie waar veel economieŽn de afgelopen maanden in terecht zijn gekomen. Het mondiale economisch herstel komt hierin in de loop van 2009 op gang. De VS krabbelen eerder op dan Europa. De huidige maatregelen blijken voldoende om het vertrouwen in en binnen de financiŽle markten te herstellen. De wereldwijde groei veert vrij snel op en de BBP-groei is in de periode 2010-2014 met gemiddeld 4% voor de wereldeconomie en 1,9% in Nederland redelijk.

Nederland scheert in 2009 qua economische groei net langs de nulgrens. In 2010 komt de groei alleen vanuit de bestedingen van de overheid. Pas in de jaren daarna zal de BBP-groei weer op een trendmatige 2% komen te liggen. De inflatie blijft de komende jaren laag, waarbij we in Nederland dicht in de buurt van deflatie komen. De overheidsfinanciŽn laten in de meeste landen in alle jaren een tekort zien. In Nederland blijft dit tekort wel binnen de grenzen zoals afgesproken in het Groei- en Stabiliteitspact, maar de grenzen komen nadrukkelijk in zicht. Ingrepen van de overheid dragen slechts beperkt bij aan de verlichting van de recessiepijn. Omdat de rente niet meer rigoureus verlaagd kan worden, is monetair beleid in een aantal landen (VS, Japan) erg lastig. Begrotingsbeleid heeft daarnaast zijn grenzen. Een stimulans door de overheidsbestedingen met 1% van het BBP op te hogen, leidt wel in eerste instantie, maar niet structureel tot hogere groei.

Scenario 2: De dollar gaat onderuit

De in het eerste scenario geschetste recessie kan heel anders uitpakken als bijvoorbeeld de dollar sterk in waarde daalt. Om een aantal redenen zou dit kunnen gebeuren. Ten eerste is het grote spaartekort van de Amerikanen op lange termijn niet houdbaar. Andere landen zullen in de toekomst minder bereid zijn om Amerikaanse tekorten te financieren in dollars. Daarnaast zal de dollar zijn rol als ankervaluta steeds meer kwijtraken. Daarbij hoort een neerwaartse aanpassing van de wisselkoers ten opzichte van andere belangrijke munten. Een laatste, meer recente reden, is dat het niet ondenkbaar is dat de rol van de VS in het financiŽle stelsel een heel andere kan worden door de kredietcrisis. Het centrum van de financiŽle wereld zal niet noodzakelijkerwijs Wall Street blijven. In het tweede scenario is de dollar dan ook 0,50 eurocent waard. De wisselkoersen van alle andere landen zijn daarbij gelijk gehouden ten opzichte van de euro. Hierop volgt een vooral voor de korte termijn pijnlijk aanpassingsproces, zoals oplopende werkloosheid en stagnerende wereldhandel, met alle gevolgen van dien voor de wereldeconomie. De effecten op de Eurozone in termen van groei zijn relatief bescheiden. Voor Nederland leidt een veel zwakkere dollar in eerste instantie tot fors lagere groei. Dit komt omdat we als kleine open economie extra gevoelig zijn voor veranderingen in de internationale handel en verslechtering van de prijsconcurrentiepositie.

Scenario 3: Depressie

De kredietcrisis is het afgelopen anderhalve jaar telkens hardnekkiger en pijnlijker

gebleken dan gedacht. Het derde scenario analyseert wat de economische gevolgen zijn als het vertrouwen niet in de loop van 2009 verbetert, maar in plaats daarvan voor een langere periode zeer negatief blijft. Uitblijvend herstel van vertrouwen in en binnen het financiŽle stelsel werpt Noord-Amerika en Europa in een lange en diepe recessie. Zelfs de inflatie geeft zich in dit scenario tijdelijk gewonnen. Zowel het monetaire als het budgettaire beleid is in dit scenario slechts voor een deel effectief en heeft een prijskaartje voor de komende jaren. Daarnaast bestaat de kans dat de begrotingsdiscipline vooral in Europa verder ondermijnd raakt. Voor de financiŽle sector betekent dit dat de geleden verliezen als gevolg van de subprime kredietcrisis niet (gedeeltelijk) worden teruggewonnen. Een aanhoudend slecht beurssentiment maakt nieuw kapitaal bovendien voor een langere periode schaars. Als gevolg daarvan blijft krediet de komende jaren duurder en schaarser dan in de voorgaande scenario's. De economische groei in de VS en het eurogebied haalt pas in de loop van 2012 weer haar trendmatige niveau en de werkloosheid loopt in zowel in Europa als ook in Amerika op tot 9%.





Zoeken

Overige nieuwsitems